Laatste nieuws |
| Clublokaal |
|
Clublokaal In de periode dat VVN Op de Kwattel en aan de Spaubekerstraat voetbalde was het clublokaal in café Dohmen. Harrie en Nol Dohmen speelde in het eerste elftal vanaf de oprichting. Vervolgens voetbalde ook Joep of Sef Senden, tot kort voor zijn huwelijk met Tien Franssen, in VVN. Hij was de doelverdediger van het tweede elftal. Tegen Munstergeleen brak hij zijn enkel en hield er na zijn huwelijk mee op. Na enkele jaren belande de vereniging in De Gewanden, aan de overkant van de rijksweg. Op de plek waar VVN triomfeerde, liggen nu de loodsen van DSM en aanverwante bedrijven. Verder is er heel weinig bekend over van het verleden van VVN. Enkele vergeelde foto’s herinneren ons hieraan. Gelukkig kwam er een verlossend telefoontje van Netta Franssen-van Eijs waanachtig aan de Burgemeester Lemmenstraat in Geleen. De krasse theedame van VVN,toen op weg naar haar negentig levens jaren vertelde ons een schitterend verhaal. Zij was de dochter van clublokaal Franssen aan de Haardboom en een zus van de voetballende broers Franssen. Het clublokaal van toen lag tegenover de Haardboomstraat en de smidse van Sef Janssen aan de rijksweg (Prins Mauritslaan) Haar relaas: “De voetbalclub had bij ons in het café het clublokaal. Als ze een thuiswedstrijd speelden sjokte ik met de thee door de hei. Dan had ik een grote korf in de arm gevuld met bekers. In de andere hand de grote kan met de warme thee. Dat deed ik met alle plezier. Ik was toen nog jong en vond voetbal leuk. Bovendien voetbalden mijn drie broers in het eerste elftal en was ik een vurige supporter van hen. Dat deed ik om de veertien dagen bij thuiswedstrijden in de rust. Ik bleef tot het einde en nam dan de vuile shirtjes en broekjes mee om te wassen. Die werden dan bij ons thuis achter op het plein gewassen. Als ik mij goed herinner waren de kleuren toen blauw en wit. Verder herinner ik mij nog dat ze in gestreepte shirtjes hebben gevoetbald. Het wassen was altijd een hels karwei. We stopten het wasgoed in een grote wasteil en dan maar roeren totdat het water kookte. Vervolgens schrobben over een wasbord tot alles kraak helder was. Ik vond het een fantastische tijd met de voetbalclub. Onze Mathieu was de beste van de drie broers…” “Ik weet nog goed toen Quick uit Geleen, een club uit Sittard en zelfs Caesar bij ons aanbelden en vroegen of Mathieu bij hen wilde komen voetballen. Gelukkig bleef Mathieu bij Neerbeek. Daar was het volgens hem veel gezelliger. Ik weet het nog zo goed. Kwamen de jongens terug van een uitwedstrijd, dan had moeder de tafel gedekt en was er voor de jongens koffie en vlaai. We slachten thuis altijd een aantal varkens per jaar en dan weet je wel wat er los was. Op diverse kamers hingen de schinken en droogworsten aan het plafond en dan gaf ik de spelers wel eens de sleutel van de droogkamer en werden snel een paar worsten of een schink gepikt en die bij een glas bier verorbert. Ook hielden we voor de club mosselfeesten. De spelers kwamen dan zelf de mosselen schoonmaken en ze werden door moeder altijd verwend. Met die voetballers spookten we toen van alles uit. Kwaadaardig waren we niet. Daar wilden ze thuis niets van weten. Ik vond het jammer dat we wij, ik was toen 17 jaar, uit Neerbeek vertrokken. In 1930 werd het eerste elftal kampioen en vervolgens nog in de jaren 1933 en 1934. Dan heb ik nog een verrassing voor jullie. Ik zal aan de telefoon het clublied zingen en dat doe ik in het dialect. Dat is gemaakt toen Neerbeek voor de derde keer kampioen werd”. Volgens Lambert Proosten was het lied gemaakt door meester Weekers. De melodie kwam van iemand anders. Wie (?) Door enkele bestuursleden werd de tekst stiekem geoefend in café Hoenen in Spaans-Neerbeek. Het café is beter bekend onder de naam “t Heunke in Spaans. Het lied moest immers tot het kampioenschap geheim blijven. |
