Laatste nieuws |
| Het terrein en materiaal |
|
Het terrein: Als vaste sportaccommodatie diende toen voor de Neerbeekse voetballers een hobbelig weiland dat gelegen was aan de Aldenhofstraat tegenover het voetpad dat toegang geeft naar het kerkhof. Een wei waarin de koeienplaten zo groot als een ouderwetse LP met tientallen in het vier vijf centimeters hoge gras verspreid lagen. Dankzij de goedwillige boer Huub Stassen, vader van Constant, die bereid was om elke zondagmorgen de platen met de riek te spreiden, kon er gevoetbald worden. Een werk dat hij meestal na de hoogmis uitvoerde. Daarbij was de beperking verbonden; voor drieën klaar zijn met voetballen,want dan begon het lof en moesten de koeien weer in de wei. Uiteraard waren armen en benen en het voetbalplunje groen van de koeienstront en had moeder thuis de ondankbare taak om alles op de hand en met een wasbord en groene zeep weer schoon te krijgen. De arme vrouw schuurde zich bont en blauw. Dat was anno 1924 en nog enkele jaren later het geval. Beton koppen: Het is interessant om het eens over de bal van toen te hebben. Het bruine monster zoals het in de volksmond werd genoemd. Dicht gesnoerd met een leren schoenveter en bij nat weer woog het onding minsten een kilo, zwaar van het opgezogen water. Koppen was toen alleen voor mannen met een betonnen voorhoofd weggelegd. Immers had de koppende speler pech, dat per ongeluk de veter tegen zijn voorhoofd kwam, was de kans groot dat er een fikse wond achterbleef. Koppen was toen niet zo populair maar in een wedstrijd een bittere noodzaak met soms nadelige gevolgen. Voetbalschoenen: Ook een verhaal apart. In vergelijking met de huidige balletschoentjes, waren ze in die tijd van dik varkensleer. Na een regenbui stijf als een plank. Over de hobbelige velden was van een soepele tred of elegante loop geen sprake. Vooral de aanwezige koeienplaten waren oorzaak van uitglijders. De noppen waren stukjes leer van één centimeter doorsnee die taps uitliepen. Vervolgens met drie spijkers op elkaar geslagen en werden dan onder de schoenen vast geslagen. Soms had de schoenmaker de noppen iets te ver in de zool gedreven en staken de spijkers aan de binnen door de zool. Na afloop van de wedstrijd stond het bloed in de schoenen. Na een week waren de wondjes weer genezen en werd er gewoon weer gevoetbald. Janken over het ongemak was er niet bij. De jongemannen waren blij dat ze op zondag konden voetballen na een week van hard werken onder in de mijn of op het veld. Veelvuldig gebeurde het dat tijdens de wedstrijd een van de noppen onder de schoenen losliet. Dan liep de speler mank over het veld. Geen coach , trainer of begeleider die ingreep. Neen! Je bleef op het veld voor je eigen trots. Maak eens een vergelijking met nu(…) We zien dat het huidige materiaal aanzienlijk beter is. De begeleiding efficiënter, maar de euforie van toen heeft ingeboet en plaats gemaakt voor agressie, geschreeuw en vernielingen. Voorzichtig uitgedrukt is voetbal een stuk onaangenamer geworden. De eerste Neerbeekse voetballers waren allemaal leden van de jongemannen vereniging die zich de Jonge Werkman noemden. Dat zoals eerder gesteld in 1924. Neerbeek speelde toen in een blauwwitte tenue onder de naam Voetbal Vereniging Neerbeek VVN. Serieuzer werd het in de begin jaren dertig. Er kwam een voetbalveld aan de overkant van de Prins Mauritslaan ( rijksweg). Voorheen had VVN gespeeld op de Kwattel, Spaubekerstraat naast de familie Kool en vervolgens op de Hei. Daarna verhuisde de club naar de Gewanden. Dat terrein lag pal naast de huidige autoweg. Een zweefvliegveld en een paardenrenbaan met tribune omsloten het voetbalveld. Een bekende sulkyrijder uit die tijd was Funs Demandt uit Beek. Medeoprichter van de Eerste Beekse Autobusdienst (EBAD) met zijn paard Pathos. Tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 werd door de bezetter alles vernield en liggen nu op deze plek de gebouwen van DSM, Sabic enz. De Neerbeekse jeugd voetbalde in de mobilisatietijd tegen de Nederlandse soldaten die waren ingekwartierd in café Paumen aan de Rijksweg (Prins Mauritslaan). Zij sliepen op stro dat over de dansvloer was uitgespreid. |
